Hyperventilatie

Hoe werkt onze ademhaling?

Adem in, adem uit. Adem in, Adem….  Direct na de geboorte is ademhalen het eerste wat we doen als mens. Ademhaling is een cruciaal lichamelijk proces en gelukkig wordt onze ademhaling grotendeels automatisch aangestuurd. We bespreken hier waarom ademhaling zo belangrijk is, hoe de ademhaling verstoord kan raken en hoe we ademhaling op een goede manier kunnen sturen.

Zuurstof in, Koolstofdioxide uit

Ademhalen doen we met de longen. Via de luchtpijp ademen we zuurstof in, waarna het via de twee grote luchtwegen en vervolgens kleinere luchtwegen bij de longblaasjes terecht komt. In de longblaasjes vindt contact plaats tussen het ingeademde zuurstof en het bloed. Bij deze gaswisseling komt er zuurstof in het bloed terecht en stoten we overtollig koolstofdioxide uit aan de longblaasjes, wat we vervolgens weer uitademen. 

Zuurstof hebben we voor alle lichaamscellen hard nodig. Het zorgt namelijk in combinatie met suiker- of vetmoleculen voor de verbranding van energie. Zuurstof is dus een molecuul wat we nodig hebben om energie op te wekken voor alles wat er in ons lichaam gebeurd. Bij de verbranding van zuurstof komen er afvalstoffen vrij, die we vervolgens uit ons lichaam moeten afscheiden. Koolstofdioxide is een voorbeeld van zo een afvalstof, die we via de uitademing afscheiden. Koolstofdioxide is niet alleen een afvalstof, wat vaak wordt gedacht. Koolstofdioxide heeft net als zuurstof belangrijke functies voor ons lichaam, zoals het verwijden van onze bloedvaten. Daarom ademen we lang niet alle koolstofdioxide uit. Sterker nog, voor ons lichaam is de verhouding zuurstof:koolstofdioxide het beste als de verhouding 3:2 is. Deze verhouding heeft het effect dat de zuurgraad van het bloed perfect in balans is voor een optimale werking van het lichaam. 

Door sneller of langzamer te ademen kan de zuurgraad van ons bloed worden beïnvloed, wat dus heel handig is. Gelukkig hoeven we niet bewust na te denken over deze processen, maar zorgt het lichaam ervoor dat dit perfect in balans blijft.

Borst, Buik of Flankademhaling

Ademen is niet altijd een automatisch proces, zoals de hartslag en temperatuurregulering. We kunnen namelijk de ademhaling zelf beïnvloeden. Op het moment dat we focussen op de ademhaling, kunnen we het sturen. Door middel van aanspanning van skeletspieren kunnen we de ademhaling sturen. Bij het aanspannen van ademhalingsspieren vergroten we de longinhoud en stroomt zuurstofrijke lucht de longen in. Omdat de longen een mate van elasticiteit hebben, zoals een ballon, stroomt na gaswisseling de lucht vanzelf weer naar buiten. De belangrijkste ademhalingsspier is het diafragma, die zich net onder de onderste ribben bevindt. Andere ademhalingsspieren bevinden zich tussen de ribben en aan de bovenkant van de borstwervelkolom.

Omdat we verschillende spieren kunnen aanspannen, kunnen we op meerdere manieren de longinhoud vergoten en inademen. Het inademen kunnen we op drie manieren sturen. Door de buikademhaling, borstademhaling en flankademhaling. De buikademhaling wordt voornamelijk gebruikt in rust. De borst- en flankademhaling wordt gebruikt tijdens inspanning, maar ook tijdens het praten. 

Ademhaling en het zenuwstelsel

Ademen doen we gedurende het grootste deel van de dag dus volledig automatisch en wanneer we op de ademhaling focussen kunnen we het willekeurig sturen. Om de verschillen te begrijpen is het belangrijk om meer te weten over het zenuwstelsel.

 

Ons zenuwstelsel is opgedeeld in het autonome en het vegetatieve zenuwstelsel. Het autonome deel stuurt alle onwillekeurige processen aan in het lichaam, waar geen bewustzijn voor nodig is. Zo wordt ook de ademhaling geregeld door het autonome zenuwstelsel. Pas als we er bewust over nadenken, kunnen we de skeletspieren aanspannen om de ademhaling te sturen. Dit wordt mogelijk gemaakt door het vegetatieve deel van het zenuwstelsel.

 

Het autonome zenuwstelsel is opgedeeld in twee takken met een tegengestelde werking:

  • Het gaspedaal van je lichaam, het sympathisch zenuwstelsel

  • Het rempedaal van je lichaam, het parasympatische zenuwstelsel

Het rempedaal wordt ingetrapt op het moment dat we in rust zijn. Op dat moment is er tijd en ruimte voor opbouw en herstel. In rust verbruiken we weinig energie en komen er weinig afvalstoffen in het lichaam vrij. De ademfrequentie is in dat geval laag, aangezien er weinig koolstofdioxide afgescheiden hoeft te worden.

Op het moment dat we in actie komen gebeurt het tegenovergestelde. Het gaspedaal wordt ingetrapt en we hebben meer energie nodig (meer zuurstof). De ademfrequentie schiet omhoog om genoeg zuurstof binnen te krijgen en koolstofdioxide af te scheiden. Op deze manier blijft het lichaam in balans.

 

Het sympathisch zenuwstelsel is actief als we in beweging komen. Hoe zwaarder de inspanning is, hoe actiever het sympathisch zenuwstelsel en hoe hoger de ademfrequentie is. Het sympathisch zenuwstelsel is ook actief op het moment dat we angstig zijn of stress ervaren. Dan is het namelijk nodig om direct in actie te kunnen komen en te vechten of vluchten. In zo'n situatie zorgt het gaspedaal voor het aanmaken van adrenaline, waardoor de hartslagfrequentie en ademfrequentie verhoogt wordt (9-30 ademhalingen / min). 

Inspanning en gedachtes of emoties die leiden tot stress kunnen het rempedaal activeren, waardoor we sneller gaan ademen. Dit is een automatisch gestuurd proces.

Op het moment dat de inspanning of stress afneemt wordt automatisch het rempedaal ingedrukt, waardoor de ademhaling langzamer zal verlopen en er ruimte is voor herstel. 

Nu komt het willekeurige deel van het zenuwstelsel weer terug. We kunnen namelijk door middel van bewust ademen het proces omgekeerd beïnvloed. Als we bewust sneller en dieper gaan ademen wordt het gaspedaal ingetrapt; als we langzamer ademen trappen we het rempedaal in. 

Ademhaling is dus een manier om veel processen in het lichaam te beïnvloeden. Helaas zijn er ook negatieve ervaringen met ademhaling. Eén ervan bespreken we hieronder.

Ademen2.png

Hyperventilatie

Hyperventilatie betekent dat je te snel en/of te diep ademt voor de situatie waar je je in bevindt. Zoals we nu weten wordt onze ademfrequentie verhoogt zodra we ons inspannen. Dat de ademhaling sneller en dieper verloopt tijdens inspanning, zoals zwaar werk of sport, is heel normaal. Spanning en angst kunnen een heftige stressreactie opgang brengen, waarna de ademfrequentie ook verhoogt wordt. Angststoornissen of langdurige ontregelende stress kunnen ervoor zorgen dat de verhoogde ademhaling (hyperventilatie) aan blijft houden en vaak terug komt. Het kan leiden tot chronische hyperventilatie. 

Hyperventilatie is over het algemeen een vervelende ervaring met de volgende mogelijke symptomen:

  • Een benauwd gevoel of kortademigheid

  • Transpiratie

  • Hartkloppingen

  • Duizeligheid

  • Een licht gevoel in het hoofd

  • Tintelingen in armen en benen

  • Een slap gevoel in de knieën

De oorzaak 

Vaak is hyperventileren een gevolg wat optreedt bij angststoornissen of heftige psychosociale spanning (stress).

 

Het lichaam wordt in een heftige situatie aangezet om te vechten of vluchten. Op het moment dat een gedachte of gevoel angst of stress opwekt kan de stressreactie in je lichaam worden aangezet. Er komen stresshormonen zoals adrenaline vrij waardoor je sneller gaat ademen. 

Het ervaren van de bovengenoemde vervelende symptomen kunnen de angst versterken, waardoor het hyperventileren aan blijft houden. 

De voornaamste oorzaken van hyperventilatie:

  • Angst(stoornissen)

  • (Chronische) stress

Behandeling bij hyperventilatie

Hyperventilatie lijkt vaak op een negatieve spiraal. Angst of stress zorgt voor een versnelde of te diepe ademhaling, waardoor je vervelende sensaties kan ervaren. De symptomen kunnen meer angst, paniek of een gejaagd gevoel veroorzaken. Het hyperventileren zal verder toenemen. 

Wat te doen bij hyperventilatie?

  • Probeer rustig te ademen. Neem bijvoorbeeld drie seconden om in te ademen en zes om uit te ademen. Uitademen is belangrijker dan inademen.

  • Niet in een papieren zak ademen.

  • Afleiding opzoeken. Door jezelf bijvoorbeeld in te spannen. 

Na het hyperventileren is het goed om na te gaan welke situatie het hyperventileren heeft veroorzaakt. Bewust te worden van of te praten over de angst of stress, die het hyperventileren heeft veroorzaakt, kan helpen om hyperventilatie in de toekomst te verminderen.