Zoeken
  • jamievangogh

Kopzorgen over het zakelijke karakter van ons zorgstelsel

Bijgewerkt: 8 dec 2020

“De behandelindex geeft aan hoe de praktijk van een paramedisch zorgverlener zoals een fysiotherapeut presteert vergeleken met andere praktijken.” Zo legt CZ uit, één van de grootste zorgverzekeraars in Nederland. CZ geeft aan dat één van de taken als zorgverzekeraar is om de kosten van de zorg betaalbaar te houden. Zij geven aan dit bijvoorbeeld te doen in samenwerking met patiënten en zorgverleners door middel van de behandelindex.


In Nederland is de machtsverhouding van het zorgsysteem opgedeeld in een ijzeren driehoek. Zorgverlener – zorgverzekeraar – patiënt.

Deze driehoek van machtsverhouding is zeker geen gelijkzijdige driehoek, waarbij iedere groep evenveel macht en zeggenschap heeft. Bepaald door marktwerking en bureaucratische planning ligt het machtszwaartepunt van de zorgdriehoek bij de zorgverzekeraars. Het doel van meer macht bij de zorgverzekeraars was om meer inzicht en toezicht te krijgen op de kwaliteit van de zorg en de zorgkosten te verminderen. Efficiëntere zorgverlening zou direct leiden tot minder zorgkosten, maar is dit in de afgelopen 15 jaar gelukt? En heeft geleid tot betere kwaliteit van de zorg?


In de afgelopen 15 jaar is er heel wat bezuinigd in de zorg. In 2006 werd de ‘no claim’ afgeschaft en in 2008 ontstond het ‘eigen risico’, waardoor je de eerst gemaakte zorgkosten van het jaar niet meer worden gedekt, maar je juist hiervoor moet betalen. Sinds 2011 is het eigen risico gestegen van €170 per jaar tot €375 per jaar in 2020. Dit financiële plaatje is niet het enige stukje marktwerking in de zorg: de zorgverzekeraars concurreren met elkaar door specifieke zorg wel of niet te vergoeden; zorgverleners en ziekenhuizen richten zich op het behalen van zo hoog mogelijk cijfers om veel patiënten (lees: klanten) binnen te halen; waarden als kostenbesparing, doelmatigheid en efficiency staan hoog in het vaandel in de huidige zorgcultuur.


Je zou niemand horen jammeren als de zorgkosten zouden dalen en de kwaliteit van zorg zou verbeteren dankzij het nieuwe zorgstelsel. Alleen is niets minder waar!


Het karakter van ons zorgstelsel is gebaseerd op cijfers. De diepste essentie van zorg, mensen helpen en gezonder maken of gezond houden, is mijn optiek ver te zoeken. De patiënt is klant geworden; de zorginstellingen zijn winstgevende bedrijven geworden; en hulpverlening is een zakelijke dienst geworden. We betalen jaarlijks meer voor zorg en de totale zorgkosten zijn ondanks de bezuinigingen niet gedaald, maar juist gestegen. Er gaat dus een heleboel mis, maar de zorg komt niet in opstand. Het zorghart van de zorgverleners laat dat niet toe, en maar goed ook. Het is nu heel makkelijk (en misschien terecht) om de overheid en de zorgverzekeraars als zondebok neer te zetten. Zij hebben gefaald en moeten het probleem gaan oplossen. Maar of dat volledig terecht is vraag ik me af.


Zoals we weten bestaat machtswerking in de zorg uit een driehoek van zorgverzekeraars, zorgverleners en patiënten. Niet alleen de zorgverzekeraars zitten vastgeroest in deze zakelijke zorgcultuur, maar ook de zorgverleners en patiënten hebben deze zelfde zorgcultuur gevormd. Mijn meest dringende vraag is of we moeten wachten tot er van bovenaf aangestuurd gaat worden op betere zorg en we eindelijk terug gaan naar een zorgstelsel waar de mens centraal staat? Of moeten we als individu (zorgvrager) en zorgverlener het heft in eigen handen nemen?



Als jonge fysiotherapeut zijn er een aantal dingen die ik de afgelopen 2 jaar moeilijk vind om te begrijpen en accepteren. Veel klachten hebben geen duidelijk aanwijsbare biomedische oorzaak (somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten); klachten blijven langer voortbestaan dan verwacht (chronische pijn); patiënten komen vaker terug met dezelfde klachten (recidieven). Mijn gevoel en ervaring vertelt me dat vage klachten, chronische pijnklachten en recidiverende klachten niet alleen in mijn dagelijkse werkdag veel voor komt. Daarnaast lijken we in de zorg onvoldoende kennis te gebruiken om de bron van de oorzaak te vinden. Daardoor pakken we niet de oorzaak aan en blijven klachten lang aanhouden. Tot slot zorgen we niet voor een duurzame oplossing in veel gevallen als patiënten iedere keer weer terugkomen met dezelfde klachten.


In mij optiek is de hele zorgcultuur volledig uit evenwicht en hebben we zelf met zijn allen de oplossing in handen. Ik ben er klaar mee om naar anderen te wijzen (zoals naar de zorgverzekeraars) of excuses te bedenken (te weinig tijd en te veel administratie). Het is tijd om ons eigen gedrag onder de loep te nemen.


Werken we op het moment voldoende samen als zorgverleners? Ik heb wel eens contact met huisartsen of orthopeden, misschien één à twee keer per week. Dat is vooral om even duidelijkheid te scheppen over een bepaald aspect van het gezondheidsprobleem van de patiënt. Maar het grootste deel van het contact tussen zorgverleners wat er is, vindt plaats via een verwijsbrief. Dat geldt voornamelijk het contact met huisartsen en andere specialisten. Met andere paramedische zorgverleners, zoals diëtisten, psychologen, ergotherapeuten en logopedisten, is het contact nog schaarser. Op het moment dat een patiënt zowel onder behandeling is van een psycholoog, diëtist en fysiotherapeut is er zelden samenwerking tussen de disciplines. Zelfs binnen de fysiotherapie zou er meer samenwerking tussen praktijken moeten bestaan. Er zijn zo veel specialisaties binnen de zorg en binnen mijn beroep, maar we bundelen de krachten nog te weinig. Laten we onze kennis en kwaliteiten combineren en zo de kwaliteit verbeteren. Multidisciplinaire samenwerking is een sleutel tot verbetering.


Een tweede probleem is de scheiding tussen lichaam en geest, die er anno 2020 nog steeds is. In het merendeel van de zorg gaan we bij het diagnosticeren en behandelen van een gezondheidsprobleem op zoek naar (een) stoornis(sen) in de biomedische zin. Zowel medische specialisten als paramedici zijn wat mij betreft nog te veel gefocust op het lichamelijke aspect van een gezondheidsprobleem. Psychische en sociale factoren, die een groot aandeel hebben in het ontstaan en voortbestaan van klachten zijn, krijgen te weinig aandacht. Gedachtes, emoties, gevoelens, onzekerheden, angsten en aan de andere kant een actief persoonlijk leven en wellicht overbelasting hebben effect op het gezondheidsprobleem en het herstel. Het is tijd voor een biopsychosociale aanpak. In ieder gezondheidsprobleem moeten we aan de slag met de fysiologische stoornissen in biomedische zin; we moeten daarbij rekening houden met gedachtes en emoties (psychologie) die een aanzienlijk aandeel hebben in het ontstaan en voortbestaan van het gezondheidsprobleem; en het is van groot belang om te inventariseren wat het gezondheidsprobleem voor gevolgen heeft voor het sociale leven en welke sociale invloeden gevolg hebben op het gezondheidsprobleem. Kortom, we moeten ten aller tijden lichaam en geest aan elkaar koppelen als zorgverlener.


'Beter voorkomen dan genezen' is een uitspraak die een belangrijke waarde moet vormen van de nieuwe zorgcultuur. We lopen in de zorg op het moment continue achter de feiten aan. Een derde belangrijk aspect om met zijn allen aan te werken is dus preventie. We moeten terug naar gezondheidszorg in plaats van ziektezorg. Dat is geen gemakkelijke opgave voor de zorg, aangezien dit nooit de eerste prioriteit heeft. Levensbedreigende ziektes en traumatische situaties gaan nu eenmaal voor op preventieve zorg. Daarnaast is het gebleken dat mensen pas wakker geschud worden op gebied van gezondheid als er echt iets mis is. De motivatie en urgentie van gezond leven en preventie lijkt dus tekort te schieten. Daarom ligt er een belangrijke taak voor de zorg om motivatie tot leefstijlverbetering bij de patiënt op te wekken. Als zorgverleners moeten we de juiste kennis delen met de patiënt over de oorzaak, ziektebeloop en toekomstige preventie; we moeten tijd besteden aan de motivatie om gezonder te leven; en we moeten daarbij aandacht besteden een alle leefstijlfactoren die effect hebben op de gezondheid, zoals voeding, beweging, ontspanning, slaap, stress en sociale omgeving. We moeten in iedere situatie mensen begeleiden en coachen in de stap naar een betere gezondheid


De laatste uitdaging ligt in het gedrag van de patiënt. We moeten ons eigen doen en laten onder de loep nemen. De zorgverleners en zorgverzekeraars hebben genoeg te doen om de zorg te verbeteren. Maar de zorgvrager moet ook leren kritischer naar zichzelf te kijken. Veel patiënten zijn net als de zorgverleners continue op zoek naar een verklaring voor de klachten, maar doen dit vooral vanuit een biomedisch oogpunt. Ons eigen psyche en drukke sociale leven zullen we niet snel bekritiseren, aangezien we dan te dichtbij onze persoonlijkheid komen. Maar hier zit juist de uitdaging. Ook de patiënt moet leren vanuit een biopsychosociaal oogpunt het eigen gedrag en de gezondheid kritisch te reflecteren. Wat is er in mijn gedrag veranderd wat de klachten kan opwekken? Draagt mijn leefstijl bij aan de klachten die ik ervaar? Hoe kan ik mijn gezondheidsprobleem zelf oplossen? Deze manier van aanpak draagt bij aan effectiever herstel en preventie van toekomstige klachten.


Makkelijk is dit niet. Het is confronterend voor alle partijen. Maar het is zeker mogelijk. Als we allemaal eerst ons eigen functioneren eens goed beoordelen, onze kennis bundelen en echt nauw gaan samenwerken, dan zie ik een heel mooi vooruitzicht voor ons zorgstelsel. Dan wordt de klant weer een patiënt, de mens staat weer centraal en de zorg wordt duurzaam en goedkoop.

174 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven